Verslagenheid troef bij de dood van Wouter Weylandt

wouter-weylandtDe dood van een mens, jong of oud, laat niemand onberoerd. In het geval van het trieste overlijden van wielrenner Wouter Weylandt twee dagen geleden in de afdaling van een Girocol krijgt dit heengaan nog een extra, bijna mythische dimensie.

Ik was amper acht jaar oud toen in maart 1971 de nog piepjonge Jean-Pierre Monseré in de regenboogtrui tijdens een koers in Retie verongelukte. Net als Weylandt was Monseré toen pas op het allerlaatst als vervanger van een ploegmaat aan de deelnemerslijst toegevoegd. Ik herinner me nog de onheilspellende stem op de radio die toen de dood van Monseré aankondigde. Ik was toen weliswaar nog te jong om de impact van dit feit te snappen, maar voelde toch een koude rilling langs mijn ruggengraat gaan.

Later zijn nog meer sporthelden veel te vroeg uit ons midden gerukt. Ayrton Senna stierf op zondag, dat weet ik nog omdat ik toen met mijn vrouw op straat langs de gesloten winkels wandelde en het met haar over die Braziliaanse waaghals op vier wielen had.

Later kwam ook nog Olympisch wegkampioen Fabio Casartelli tijdens de Tour van 1995 om het leven. Op mijn netvlies is is het beeld gebrand van de toen nog jonge Johan Museeuw, die een paar meter verderop machteloos op de grond zit na een val, meteen beseffend dat het ernstig was.

En nu, zestien jaar later, heeft de wielerwereld er een nieuwe ongewilde martelaar bij.  Ook dit beeld zal ik niet vergeten: in een flits zien we in de afdaling een dan nog naamloze renner op de grond liggen, roerloos. En dan, gelukkig maar heel even, de coureur van dicbtbij, bloed loopt uit zijn neus. Of dat moment beseften we met zijn allen, de kijkers thuis en de commentatoren in Italië dat het niet goed ging. Het is Wouter Weylandt, kregen we te horen. Toen de organisatie nog voor het einde van de rit meldde dat er een podiumceremonie zou zijn, wisten we eigenlijk al wat we niet wilden weten.

Opnieuw die rilling over mijn ruggengraat. Die onbezorgde, altijd lachende Wouter, een renner die al vaak gevallen was maar steeds rechtkrabbelde. Een sprinter pursang, misschien net onder het niveau van topsprinters als Cavendish en zijn goede vriend Ferrar, maar niet te beroerd om telkens mee te spurten en intussen al een mooi palmares uit te bouwen.

Wouter Weylandt, nog maar pas getransfereerd naar die nieuwe topploeg Leopard Trek, waar hij niet langer helper met een beschermd statuur van Tom Boonen moest spelen maar eindelijk een rol van volwaardig spurtkopman naast Cancellara en de broertjes Schleck kreeg. Een nieuwe wind waaide door zijn carrière, en hijwas gretig om zichzelf te bewijzen.

Té gretig, of was dit puur het noodlot? We zullen het nooit weten, en eigenlijk doet het er ook niet toe.

We zullen je niet vergeten, Wouter.  Je gebalde vuisten na je ritoverwinning in Middelburg tijdens de Giro van vorig jaar zal eveneens een blijvende indruk op ons netvlies nalaten en hopelijk op termijn die verschrikkelijke beelden van jou roerloos op de Passo del Bocco verdringen.

Zo blijf je voor altijd bij ons. Forever young.





One Response to “Verslagenheid troef bij de dood van Wouter Weylandt”

  1. wielerfan zegt:

    Liefste Wouter, we zullen je nooit vergeten!

Leave a Reply