Van de doden niets dan goeds, zegt men al ben ik het daar niet helemaal mee eens. Graag deze korte beschouwing over de vannacht veel te vroeg overleden Dré Steemans alias Felice, een tegen wel en dank tot mediafenomeen uitgegroeide complexe persoonlijkheid die me in ieder geval niet onverschillig heeft gelaten.
In mijn vorig leven als journalist over het onderwerp televisie zat ik ooit oog in oog met Dré/Felice in een kleedkamer voor een interview over ik weet allang niet meer welk programma, en toen maakte hij op me een onzekere indruk. Hij was ook nog verkouden en had duidelijk geen zin in dat interview. Dat kon ik begrijpen, want ook voor mij was het een verplicht nummertje. Wereldschokkende dingen werden er niet gedeeld, en ik heb wellicht toch een paar pagina’s weten te vullen zoals ik dat toen wel vaker deed.
Ik hoop dat mensen niet het beeld overhouden van het huppelkonijn uit De Droomfabriek, want dat was maar een typetje van Dré Steemans. Net zoals die Italiaanse werkmanszoon Felice, die overigens met de jaren steeds meer Felice en meer Dré werd, of die irritante gehaktbal die als side kick die andere gehaktbal Hedwig Van Hove gflauwe seksueel getinte woordspelingen spuide. Het is hem vergeven, er moesten rekeningen betaald worden en champagne kost nu eenmaal geld.
Maar wat ik eigenlijk écht wil zeggen: ik heb één keer Dré Steemans in zijn echte gedaante gezien, en dat was in de vermaarde club Hotsy Totsy in Gent, bekend van Hugo Claus en zijn broer en natuurlijk Motje. Dré zong daar een typisch fifties liedje, Three little chickens en ook al was het een knipoog, die vent kon eigenlijk wel zingen. begeleid door The Chevy’s werd het een memorabele avond, voldoende om een massa krediet te verdienen waardoor ik hem al de rest vergeef.
Slaap zacht daar in de wolken, Dré.
Felice.
ik heb veel respect voor deze man. Arme Dré…