Fragment uit Botero

De mist was eindelijk opgetrokken, maar het regende nu al dagen. Commissaris George Bracke strekte geconcentreerd zijn arm en keek koel over de loop van zijn pistool naar zijn in sjofel grijs geklede slachtoffer. Hij zag iets van paniek in diens waterige ogen, de radeloze angst van een konijn dat ’s nachts in het schijnsel van een lantaarn gevangenzit en met een trillende snuit op het onvermijdelijke genadeschot wacht. Nu hoefde hij alleen nog maar zijn zachtjes trillende wijsvinger te krommen.
BANG! BANG! Bracke hoorde de knallen naklinken. Hij wist maar al te goed hoe zijn slachtoffer zich moest voelen. Toen hijzelf nog maar een paar weken wijkagent was, had hij in een groezelig, mistig havendok plotseling oog in oog gestaan met het dreigende oog van een pistool. Een Lüger was het geweest, een achtergehouden stuk uit de laatste oorlog dat op wapenbeurzen onder de toonbank tegen waanzinnige prijzen verkocht werd. Dat wapen herkende hij van op honderd meter afstand.
Later had hij zich vaak afgevraagd of hij zijn blik had afgewend toen de vernielzuchtige schoten werden afgevuurd. BANG! BANG! Zijn spieren hadden prompt dienst geweigerd. Verbaasd had hij naar zijn gevoel pas een minuut later opgekeken en zijn eigen lijf wanhopig uitgetest, maar alles functioneerde nog; nergens waren zelfs maar bloedvlekken te bespeuren. Geen diepe kogelgaten die zich plompweg door zijn lijf hadden geboord, niet eens een schrammetje. Toen pas zag hij zijn aanvaller bewusteloos aan zijn voeten liggen, tegen de grond gemept door een nog nahijgende nachtwaker die met het eerste het beste voorwerp – een defecte schrijfmachine – brutaal had toegeslagen. Het gebeurde allemaal alsof hij er zelf niet echt bij betrokken was en achteraf had hij de bewaker van het overslagbedrijf niet eens voor zijn tussenkomst bedankt. Nu kon dat niet meer, korte tijd later was de man door een bende Russische matrozen bij een steekpartij meedogenloos afgemaakt. Bracke had zich voorgenomen op Allerheiligen een bloemetje naar het graf te brengen, maar was het weer vergeten.
BANG! BANG! Het was lang geleden dat Bracke de knallen nog eens in zijn hoofd gehoord had, maar daar waren ze weer, akeliger en realistischer dan ooit.
‘Zijn pistool ketste en toen heb je dus van dat buitenkansje gebruik gemaakt om hem neer te slaan.’ Bracke liet zijn zwaar wordende arm langzaam zakken en sprak met een lijzige, kalme stem. Een van de agenten die de menigte op een veilige afstand moest houden, keek verschrikt. Waarschijnlijk een van zijn eerste opdrachten, dat joch geloofde natuurlijk nog rotsvast in verheven begrippen als rechtvaardigheid en boontje komt om zijn loontje.
Danny Bontinck knikte onbeschaamd. Hij probeerde allang niet meer om zijn gezicht te beschermen tegen de opdringerige toestellen van de fotografen, die allemaal op de loer lagen om hét beeld te schieten dat de voorpagina zou halen. De hoofdredacteuren werden alsmaar veeleisender. Liefst nog wilden ze dat de dader met bloeddoorlopen ogen en uitgestrekte, moordlustige handen die de lezer naar de keel probeerden te grijpen, recht in de lens keek. Als Bontinck ooit gedacht had dat zijn gewelddadige uitbarsting van twee jaar geleden voor de buitenwereld verborgen zou kunnen blijven, dan was hij die illusie na een lang aanslepend voorarrest allang kwijt. Vooral toen een van de sensatieweekbladen zijn moeder voor een spraakmakend interview met alleen maar vette koppen had weten te strikken, waren alle stoppen doorgeslagen.

Ik herken mijn eigen zoon niet meer.
Nog goed dat zijn vader dit niet meer hoeft mee te maken.
Hij is een monster geworden.
Een nagel van mijn doodskist.
Voor dat soort schurken zouden ze de doodstraf opnieuw moeten invoeren.

Twee jaar, zuchtte Bracke. En dat noemen ze dan snelrecht. Twee jaar opgesloten tussen het tuig van de richel, terwijl de advocaten een zootje maken van het dossier en door stomme procedurefouten telkens opnieuw van nul moet worden begonnen met het onderzoek. En daar wordt de dader verondersteld beter van te worden. Maar zulke gedachten mocht Bracke niet uiten, want dan vonden ze hem weer een kankeraar en een pessimist.
‘Vooruit, laat maar zien wat je toen gedaan hebt. Sla me neer.’

Het was onzinnig, Bracke besefte dat maar al te goed. Niemand die zich nog precies herinnert welke bewegingen hij twee jaar geleden uitgevoerd heeft. Zeker niet met drie promille alcohol in zijn bloed.
Bontinck grijnsde zijn slecht verzorgde tanden bloot. ‘Mag ik dan even een krat pils en twee trappisten, graag. Of waren het er drie? En graag een halve fles wodka, als het kan. Echte Poolse was het trouwens, het zijn de details die het ’m doen.’
Muil houden,’ zei Bracke, geprikkeld omdat die kerel met hem solde en hij niet goed wist hoe hij daarmee moest omgaan.
Hij mocht zich nu vooral niet door dat rifraf op stang laten jagen.
Concentreer je op het zenit. Word meester van de storm door je gedachten. Denk aan het bochtige pad en de rustige gestalte van de ervaren wandelaar. Niet ‘ik’ telt. Waai mee met de wind.



One Response to “Fragment uit Botero”

  1. [...] FRAGMENT BOTERO |   SCHRIJF & LEES DE RECENTIES |  PERSQUOTES |  LUC PAELINCK IN DE STANDAARD DER LETTEREN  [...]

Leave a Reply