Zoals ze daar loopt, een beetje dartel en uitdagend, wiegend met haar heupen die gemaakt lijken om te dansen, lijkt ze wel een jonge frisse deerne die zich onbezorgd in het nachtgewoel stort. Je zou zweren dat ze achttien, misschien twintig is. Maar met elke stap die ze dichterbij komt, wordt ze een jaar ouder en ze heeft nog een heel eind te gaan. Ze weet het wellicht nog niet, maar het zal niet lang meer duren voor ze helemaal verwelkt is.

O ja, ze doet er ongetwijfeld alles aan om de tijd te stoppen. Vakkundig geplamuurd gezicht,  botoxbehandeling, keurig gekapt en kort gerokt, en toegegeven, haar benen mogen er nog altijd zijn.

De karaoké is voor haar uitgevonden. Ze zingt mee wat ze kan, Vlaamse schlagers, The Rolling Stones. Ze danst even hongerig als Tina Turner. Prompt verzamelt ze een schare fans rond zich die denken dat ze een gewillige prooi is. Een leuk snolletje, echt iets voor één dolle nacht.

Maar o wee, de ketters, wat dolen ze. Weten ze dan niet dat deze dame de eigentijdse versie van een vrouwelijke vampier is, op zoek naar jonge jongensbloed?

Ze speelt hard to get, aantrekken, dan weer afstoten. Ze is nog altijd bepaald kieskeurig, nu het nog kan. De zelfstandige, onafhankelijke juffrouw, die rol voert ze al zolang op.

De zoveelste kerel die komt vragen of ze verder mee een stapje in de wereld zet, krijgt natuurlijk het deksel op de neus. Je bent mijn type niet, ze zegt het niet maar je kan het in haar ogen lezen.

Wat haar type dan wel is, Joost mag het weten. Dat is een kwestie van aanvoelen, het moet zeker iemand zijn die even zorgeloos danst als zij.

Tot een wat oudere heer van stand op de proppen komt. Ook oudere heren van stand hebben recht op hun portie pret. De das hangt al wat scheef rond zijn nek en eindigt ongetwijfeld later op de nacht gewoon rond zijn hoofd, indianenkreetjes en zo er bovenop. Voor de verandering is hij eens niet opdringerig, die meneer. Stijl heeft hij wel, en blijkbaar geld ook. Van een neger die met bloemen leurt koopt hij meteen een hele bos, dat is haar nog nooit overkomen. En hij geeft haar een kuise handzoen. Nu heeft hij toch wel recht op een dansje, het orkestje begint prompt Moonlight Serenade te spelen.

Oog in oog dansen ze op één tegel, hij moet het oplapwerk waaraan ze zoveel tijd besteed heeft nu wel zien. Maar hij rent niet weg. Waarom zou hij, zij merkt nu ook zijn toupetje op. Ze lachen even, begrijpend, knikken. De nacht is nog jong.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *