Weet je het wel wanneer ik je leugens vertel, achteloos alsof ik nooit anders gedaan heb? Ik kijk je in de ogen, maar kan er niets in lezen. Je bent een koele sfinx.
We spelen ons spel. Je zegt eenvoudige dingen. Dat de melk op is. Dat we dringend eens moeten behangen.
Ik wik en weeg jouw woorden, zoek naar de juiste betekenis. De melk is inderdaad op, het behang komt los boven de deur.
Maar niets is wat het lijkt. Niet bij jou, niet bij mij. We zijn vaak vreemden voor elkaar. Al die geheimen die nooit uitgesproken worden.
Nu opletten dat ik mezelf niet verraad. Geen emotie tonen, vooral niet lachen. Mijn gelaatsuitdrukking onder controle houden. Een gevoel van onmacht stroomt door mijn lijf. Waarom kunnen we ook niet beter communiceren.
“Wat zeg je?”
“Of je de boter eens wil geven”, vraag je. Nogmaals, schijnbaar geduldig.
Ik trek me terug om in mijn dagboek te schrijven, maar de zinnen lopen stroef. Alsof ik na veel te lang nietsdoen eindelijk de pen weer ter hand heb genomen.
Mijn geheugen kabbelt rustig verder, houdt halt bij jaartallen en gebeurtenissen die door elkaar vloeien tot ik met een wazig geheel overblijf, een brij die alle ingrediënten onherkenbaar maakt; alles wordt zwart, er cirkelen roofvogels boven mijn kop.
Ik herlees de zin, schrap het helemaal. Veel te gezwollen, veel te ver gezocht.
Net op tijd, je wil meelezen over mijn schouder.
“Doe dat niet”, zeg ik. Vermoeid.
Buiten waait de wind de bomen krom. Ik hoor een ekster vallen; het verbaasde lichaam maakt een doffe, bijna belachelijke plof. In de struiken ritselt onze oude kat die nog wel van dit buitenkansje gebruik wil maken, maar de jicht heeft haar botten verkalkt.
En dan zijn de woorden op. Ik voel me leeg en moe, ik heb alles gegeven. Moedeloos sluit ik het dagboek.
Voor ik in het drijfzand van mijn gedachten wegzink grijp je in. Je neemt mijn hand, doet me opstaan. De radio speelt een rustige slow.
“Mallerd”, zeg je, meer niet. Eén enkel woord, maar er schuilt een volledig boek achter.
We dansen, traag. En plots beginnen we te spreken.
Zonder iets te zeggen.
Onze lichamen luisteren naar elkaar. En dan zijn er geen leugens meer.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *