
Ben ik de enige die vindt dat Bart De Wever lijkt op major Quimby uit The Simpsons? Ik bedoel alleen qua uiterlijk uiteraard: allebei goed in het vlees zittend, een beetje zweterig, veel retoriek… En ook altijd in het pak, en met een das die hen soms wel eens wat te nauw rond de nek lijkt te zitten… En ze worden allebei soms wel eens onwel, Bart omdat hij te moe wordt na te veel onderhandelen en in kringetjes te draaien, de burgemeester omdat hij zichzelf weer eens in een lastig parket gewerkt heeft. En het zijn alletwee politici, al weet ik niet of Bart met die vergelijking tevreden zal zijn.
Overigens, ook met Chief Wiggum zou Bart De Wever het wellicht goed kunnen vinden. De politiechef zou hem bij een bezoekje aan Amerika de best donut shops kunnen tonen, en bij een wederbezoek van Wiggum aan België zou De Wever hem ongetwijfeld naar zijn favoriete frituur ‘t Draakske in Deurne meenemen. Waarmee die friettent hier alweer gratis publiciteit krijgt…
Het stond deze week in alle kranten: Sam De Graeve wordt nu alleen hoofdredacteur van HUMO. Hij had die functie eerder dit jaar al op zich genomen in een tandemrol met Jörgen Oosterwaal die al 10 jaar hoofdredacteur was, maar nu stapt Oosterwaal zelf op.
Sam maakt dus carrière, zoals dat heet. Waar is de tijd dat hij journalistiek gesproken nog een Sammeke was en na een tijdelijke job als taxichauffeur bij V-Tax bijdragen voor de regionale pagina’s van Het Volk schreef en tijdens de Gentse Feesten Bij Sint-Jacbos elke avond minstens één potentiële wereldhit dacht te horen. In die periode verdiende ik zelf ook een deel van mijn centen met artikels te schrijven voor Het Volk, al was het een slechte betaler en had je niet bepaald veel eer van je werk. Maar je moet ergens beginnen en de stiel leren nietwaar. Overigens (en we spreken over de late jaren tachtig vroege jaren negentig) kon je toen als gretig freelancer voor een krant door hard te werken en veel artikels te schrijven best nog een aanvaardbaar inkomen verdienen. Nu, twintig jaar later, is dat onmogelijk. Ter vergelijking: de tarieven zijn op die twintig jaar tijd zowat gehalveerd aangezien de artikels veel korter geworden zijn en je nog altijd per regel betaald wordt. Daar waar de lonen in diezelfde periode met 50 tot 80% gestegen zijn. Een volledig scheef gegroeide situatie dus, maar dit geheel terzijde…
Sindsdien heeft Sam bepaald niet stil gezeten en verdiende hij zijn sporen in zowel de geschreven media als bij de televisie. Libelle, Menzo, Ons Erfdeel, Dag Allemaal, Telepro, De Standaard: allemaal mochten ze op zijn gewaardeerde, vaak nostalgische pen beroep doen en ook de verschillende televisiezenders trokken gretig aan zijn mouw. VRT, VT4, KA2 en VTM: alle Vlaamse zenders van enig niveau staan op Sams palmares en we zullen hem vooral kennen als de eindredacteur en man achter de schermen van De slimste mens.
Tot hij dus recent naar HUMO trok om daar de baas te spelen samen met Oosterwaal, en hij nu helemaal vrij spel krijgt. Bij HUMO treft hij overigens journalist Sander Van den Broecke, ook al een product van de Gentse regionale pers. Sander begon zijn loopbaan bij De Gentenaar en is de zoon van Tony, dichter en amateuracteur.
Overigens, in een ver verleden las ik elke week de HUMO omdat je dat als student en later jonge volwassene die pretendeerde een eigen mening te hebben nu eenmaal verondersteld werd te doen. Tot ik er op een dag gewoon mee gestopt ben en het was aanvankelijk verbazingwekkend om vast te stellen dat de wereld ook gewoon bleef doordraaien zonder de wekelijkse HUMO. De laatste 15 jaar heb ik de HUMO misschien hooguit tien keer in handen gehad en hier en daar een artikel gelezen. Genoeg om vast te stellen dat er weinig of niets aan veranderd was en ik dus eigenlijk niets gemist heb. Sam De Graeve nog aan toe!
Veel succes en liefde gewenst, Sam. En beloofd, ik zal je nooit meer Sammy boy noemen. Maar ‘meneer De Graeve’ ga ik toch ook niet zeggen.
Stefaan Van Laere, bekend als auteur van de wielerboeken ‘VDB forever! Mijmeringen over Frank Vandenbroucke’ en ‘Eddy Merckx en ik. Herinneringen aan de Kannibaal’ is dinsdag 27 juli om 15 uur te gast in het Wielermuseum van Roeselare (Polenplein 15 uur). Dit voor een live interview bij Radio Clubfm bij Patrick Bollaert.
Aansluitend vindt ’s avonds het eerste natourcriterium van Roeselare plaats met deelname van onder meer Tourrevelatie Jurgen Van Den Broeck, stormram Fabian Cancellara, Thor Hushovd, Kevin De Weert, winnaar van de laatste Clasico San Sebastian Carlos Barredo en Philippe Gilbert. Ook oud-wielergrootheden Johan Museeuw, Filip Meirhaeghe en Patrick Sercu zullen aanwezig zijn.
Er is gelegenheid tot signeren.
Dat Alberto Contador vandaag de Tour ging winnen wisten we dus zeker sinds gisteren. Of het een Tour met glans is laat ik even in het midden, maar in het na-Armstrong tijdperk is hij zeker de beste Ronderenner. Drie maal de Tour, éénmaal de Giro en éénmaal de Vuelta op vier jaar tijd, dat is maar weinigen gegeven.
Contador komt hiermee in de eeuwige ranglijst in een select lijstje van grote rondewinnaars :
11: Eddy Merckx (5x Tour, 5x Giro, 1x Vuelta)
10: Bernard Hinault (5x Tour, 3x Giro, 2x Vuelta)
8: Jacques Anquetil (5x Tour, 2x Giro, 1x Vuelta)
7: Lance Armstrong (7x Tour), Miguel Indurain (5x Tour, 2x Giro), Fausto Coppi (2x Tour, 5x Giro)
5: Gino Bartali (2x Tour, 3x Giro), Felice Gimondi (1x Tour, 3x Giro, 1x Vuelta), Alfredo Binda (5x Giro)
Hij is na Merckx, Hinault, Anquetil en Gimondi ook pas de vijfde renner die de drie grote rondes wint. Dus van grote klasse gesproken! Was het daar waar hij aan dacht toen hij vandaag op het podium van de Champs Elysées in Parijs stond?
Overigens, ook Alessandro Petacchi scoorde als sprinter maximaal, want na zijn groene trui in de Tour heeft hij nu na eerder de puntentrui in de Giro (tweemaal) en in de Vuelta (eenmaal) de puntenklassementen in de drie grote rondes gewonnen. Hij bracht met de twee ritzeges in deze Tour zijn totaal in de grote rondes op 46 (21 in de Giro, 19 in de Vuelta en 6 in de Tour).
Op deze pagina kan je reageren op de rubriek ‘een portie klein geluk’ door een commentaar na te laten. Bijvoorbeeld over wat jij als ‘klein geluk’ ervaart.
De reportage uit De Gentenaar van maandag 15 maart 2010 over het overlijden van het ‘Moederke van de Muide’ waarover auteur Stefaan Van Laere in 1994 het boek ‘Wrakhout. Een verhaal uit de marge’ schreef.
Ook de Oost-Vlaamse televisiezender AVS zond op maandag 15 maart 2010 een reportage over het Moederke en haar Hulphuizeke uit, waarin auteur Stefaan Van Laere aan het woord kwam. U kunt de reportage hier bekijken.
Bij wijze van eerbetoon aan het Moederke zal ‘Wrakhout’ bewerkt en opnieuw uitgegeven worden. Later hierover meer.
Waar was u toen u het nieuws van de dood van wielrenner Frank Vandenbroucke vernam?
De kans is groot dat 12 oktober 2009 veel mensen datzelfde beklemmende gevoel bezorgt als destijds wereldwijd 22 november 1963, die vermaledijde dag dat de Amerikaanse president John F. Kennedy in Dallas neergekogeld werd, alle verhoudingen uiteraard in acht genomen.
Wie van enige leeftijd is herinnert zich die dag nog goed, en de iets jongeren onder ons moeten het maar aan een ouder familielid vragen. Dagen als de dood van Kennedy en nu ook Frank Vandenbroucke zitten voorgoed in ons collectief geheugen gegrift. Net zoals 11 september nooit nog een gewone dag kan zijn, al is dit natuurlijk een gebeurtenis van andere, wereldwijde proporties.
Ik zal u alvast vertellen waar ik was toen ik het nieuws van de dood van Frank Vandenbroucke vernam. Gewoon thuis op de bank, ietwat ongeïnteresseerd luisterend naar het avondnieuws op Een. Freek Braeckman had er net enkele onderwerpen doorgejaagd die ik half suffend niet heb geregistreerd toen hij plotseling, zomaar out of the blue, met het nieuws van de dag, wat zeg ik, van de week op de proppen kwam.
Zopas is wielrenner Frank Vandenbroucke in Senegal op 34-jarige leeftijd gestorven.
Van een wake-up call gesproken.
Ineens was ik klaarwakker.
Had ik dat wel goed gehoord?
Dat kon toch niet!
Ik was ijskoud gepakt.
Verbijsterd.
Het wilde maar niet doordringen.
Oké, van Frank kon je alles verwachten, maar dít..
Even dacht ik aan een groteske, gruwelijke grap.
Frank dood?
Dat was toch niet mogelijk!
Ik keek ongelovig naar mijn vrouw, en omgekeerd. Ze is niet bepaald een wielerfan – wat ik haar vergeef, want niemand is perfect – maar zelfs zij kent VDB en dat wil wat zeggen. He-laas vooral uit de sensatieartikels van de laatste tien jaar, maar toch. Haar conclusie over Frank Vandenbroucke is kort en confronterend, maar ze slaat wel de nagel op de kop: een heel groot talent dat veel te vlug is weggedeemsterd.
Iedereen zal het ongetwijfeld met deze spijkerharde analyse eens zijn. De waarheid heeft haar rechten, en toch.
En toch, en toch, en toch…
Frank toch, heb ik de voorbije weken menigmaal gemompeld, waar is het in godsnaam misgegaan?
Enigszins verdoofd staarde ik naar het scherm. Freek Braeckman was intussen bezig met de rest van het nieuws, maar dat leek niet meer door te dringen.
Snel ging ik naar mijn computer om het nieuws te checken, een intussen bijna vanzelfsprekende reflex.
Mijn vingers tikten vanzelf de vertrouwde naam in, het verstand was even uitgeschakeld. Ik las daar de eerste onheilspellende berichten.
Veel meer nieuws dan zijn overlijden bevatten ze nog niet, maar de mokerslag kwam hard aan. Meerdere bronnen bevestigden het: VDB was niet meer.
Op de verschillende fansites kwamen algauw de eerste onthutste reacties binnen.
Vannacht zouden heel wat mensen slecht slapen.
En de gsm-operatoren deden nu vast gouden zaken. Al die fans die elkaar het verschrikkelijke nieuws wilden melden…
De journalist in mij kwam weer even boven. Ik kon me goed de koortsachtige drukte voorstellen die nu op alle redacties heerste. Net op het einde van de dienst, dat werd alle hens aan dek om de lezer tegen de ochtend toch nog een flinke portie VDB voor te schotelen.
Zouden ze trouwens op de meeste redacties niet al een in memoriam klaar liggen hebben, dacht ik ineens. Na zijn eerdere zelfmoordpogingen hadden meerdere vooruitdenkende hoofdredacteurs wellicht de stagiairs de opdracht gegeven om dat alvast al op te stellen. Verloren werk was het niet, want vroeg of laat zouden ze dat toch nodig hebben.
Sommige lezers zullen dit wellicht een cynische gedachte vinden, maar neem het van mij aan. Ik weet hoe journalisten redeneren. Dat kan soms erg cru zijn, en VDB’s levenswandel van de laatste tien jaar was nu eenmaal niet bepaald een toonbeeld van standvastigheid.
Maar toch, VDB dood, hem nooit meer zien opduiken als deelnemer aan een criterium of dernykoers waar hij de voorbije jaren toch nog altijd de applausmeter deed tilt slaan, niet meer elke dag op de fansite naar de nieuwste berichten kijken, de speurtocht naar weer een nieuwe sponsor volgen, geen botsing met de wagen weer…
Met het overlijden van VDB viel ook een stuk van mijn leven weg. Zeggen dat ik een onvoorwaardelijke fan was is net iets te kort door de bocht. Ik mag van mijzelf graag denken dat ik een redelijk mens ben, en idolatrie is niet aan mij besteed. Als kind was Eddy Merckx weliswaar mijn grote afgod, maar hiervoor pleit ik verzachtende omstandigheden. Mijn moeder was afkomstig uit Kersbeek-Miskom, het dorp in het Hageland net naast Meensel-Kiezegem.
Bij het horen van de naam van dat dubbeldorp spitsen de oren van de ware wielerliefhebber zich. Eddy Merckx, zo weet iedereen die iets van wielrennen kent, werd daar geboren op 17 juni 1945. Zowat mijn volledige familie woonde daar in de buurt, en tijdens de zomermaanden brachten we daar met het gezin altijd de vakantie door.
Ik zie mezelf als kind nog altijd op een geleend fietsje op de golvende heuvels van het Hageland fietsen. In mijn gedachten was ik Eddy Merckx en won ik ook de Tour de France. Ik was vijf jaar toen hij zijn eerste Tour won, een mooie leeftijd om een idool te hebben. Dat zal mij dus ongetwijfeld wel vergeven worden.
VDB was iemand die ik met meer dan gewone interesse volgde. Zijn branie, zelfs toen hij nog jeugdrenner was, hadden we nooit eerder gezien. Het minste wat je kon zeggen was dat hij opviel, door zijn gedrag, door zijn aanvallende koershouding en door zijn doorzettingsvermogen. Je moest al stront in je ogen hebben om niet te zien dat dit godenkind voorbestemd was om grootse dingen te verwezenlijken.
Toen Frank in 1994 bij de profs debuteerde, gebeurde dat met de grote trom. De wielerkenners hadden hem allang gespot als zijnde een uitzonderlijk talent, en er werd reikhalzend naar zijn eerste seizoen uitgekeken.
En hij was ook niet bepaald op zijn mondje gevallen. Zoals al tijdens de jeugdwedstrijden het geval was, trok hij ook nu weer voor en na de wedstrijd alle aandacht naar zich toe. “Ik kan alle klassiekers winnen”, zei hij zonder omwegen. De gefronste wenkbrauwen van de omstaanders negerend. “En de Tour de France ook.”
Dat was straffe praat die we van de doorgaans zo bescheiden Belgische coureurs niet gewoon waren. En daar stond hij dan, enigszins treiterig te lachen. Op slag waren er een paar van de groep toehoorders die hem geloofden.
Zou het waar zijn? Zouden we zovele jaren na Lucien Van Impe eindelijk nog eens op het hoogste schavotje van de Tour kunnen staan?
Ook mijn aandacht was gewekt. O ja, ook ik was journalist, ook ik was cynisch en wantrouwig. Geen woorden maar daden, weet je wel. We hadden al genoeg van die eeuwige beloften gehad die het uiteindelijk niet gemaakt hebben: Eddy Schepers, Jan Nevens en noem ze maar op. Al hadden die niet de branie en het zelfvertrouwen van VDB.
Maar de eerste koersen die ik van Frank zag zaaiden toch het spoor van de twijfel.
Zou het echt waar kunnen zijn? Ging die ogenschijnlijk frêle, maar duidelijk van talent barstende jonge knaap van nog geen 20 de hemel bestormen? Hoe jong hij ook nog was, hij droeg de belofte in zich om uit te groeien tot de nieuwe, universele wielerheld.
Frank was op dat moment het beste wat het Belgisch wielrennen kon overkomen.
Ik wilde eigenlijk niets liever. Ik was intussen te oud om nog idolen te hebben, maar sinds die dag heb ik zonder mankeren elk bericht, elk nieuwsje over Frank Vandenbroucke verslonden, gretig als een gulzige spons.
Op dat punt heeft Frank ons de voorbije vijftien jaar zeker verwend. De eerste vijf jaar van zijn profcarrière vooral met steeds straffere sportieve hoogstandjes, nadien helaas met min-der positief nieuws. Maar hoe ging dat met VDB, hoe groot ook de zonden waren, hij kreeg er meteen de absolutie bij.
Af en toe verzon hij de somste uitvluchten, dat zeker.
“Van de trap gevallen.” Toen hij niet genoeg getraind had en bang was eraf gereden te worden.
“Die medicijnen zijn voor mijn hond.” Bij de beruchte inval bij hem thuis, toen een halve apotheek vervallen verboden producten gevonden werden.
“Ik kan nog het podium van de Tour halen.” Een uitspraak van recente datum, tegen beter weten in. Al zullen sommige hardnekkige fans blijven volhouden dat hij in zijn laatste seizoen langzaam weer rechtkrabbelde. Volgend jaar, in 2010, zouden we de heropstanding van de adelaar zien, de fenix die uit zijn as herrees.
Toen had de gewone wielerliefhebber allang afgehaakt, en bleven enkel de trouwe fans over. Die hadden het steeds moeilijker om hun ogen te sluiten voor de realiteit, maar één voor één moesten ze toegeven dat de oude Frank Vandenbroucke nooit meer zou terugkomen.
Maar ook hier toonden de fans zich opvallend gul. Anno 2009 was er wellicht niemand die nog echt geloofde dat VDB opnieuw een topwedstrijd zou winnen.
Geen nood, de ambities werden wat bijgesteld en het geloof bleef.
Zegevieren in een wedstrijd van tweede categorie genre Kuurne-Brussel-Kuurne of de Scheldeprijs zou ook al mooi zijn.
Of als dat niet meer kon, de finale meerijden.
Of gewoon af en toe nog eens demarreren, zoals alleen VDB dat kon. Kop in de wind, recht op de trappers, het stuur stevig vastgeklemd.
En geven maar.
Bij wijze van erebetoon aan zichzelf.
Go Frank, go!
Vas-y!
Ga Frank, ga!
Zoals op La Redoute.
Hoe vaak hebben de fans dat niet langs de kant van de weg geroepen, tot hun kelen schor en hees waren. En met bier moesten gesmeerd worden.
Zelfs met in 2010 gewoon in het peloton te zitten en kushandjes naar het publiek werpen zouden de echte fans zich al tevreden gesteld hebben.
Het behoort tot het goddelijk aura van VDB dat alleen al zijn aanwezigheid zijn volgelingen gelukkig maakte.
Hun idool zien, hem even aanraken en een praatje met hem maken, het was hun hoogtepunt van de dag, van de week of de maand, in een zeldzaam geval van een heel leven.
En als het fietsen op professioneel niveau echt niet meer kon zouden de fans ook al tevreden zijn met af en toe een acte de présence, zoals zijn laatste seizoen er in feite een was. Niemand besefte dat het meteen zijn afscheidstournee zou zijn, in de eerste plaats hijzelf niet.
Naar de buitenwereld toe probeerde hij te laten uitstralen dat hij nog één keer alles op alles zou zetten als die zo broodnodige sponsor maar eens wilde opduiken.
Wellicht wist Frank diep van binnen dat het niet meer zou lukken, alle geruchten over onderhandelingen met Lotto niet te na gesproken. De waarheid, hoe cru ze ook mag zijn, is dat Frank Vandenbroucke voorgoed verbrand was, vleugellam en nog slechts een schim van zichzelf.
Maar misschien was hij net daarom nog zo razend populair. Wielerliefhebbers hebben een groot, vergevingsgezind hart, zeker de supporters van VDB, die in de loop der jaren het een en ander met hun groot idool hebben meegemaakt en tot op het laatste moment bereid waren veel, zoniet alles, met de mantel der liefde te bedekken.
Wie geregeld de fanfora van Vandenbroucke bezoekt, weet wel waarover ik het heb. Elk klein detail uit zijn leven, de laatste jaren helaas vooral puin en schandaaltjes, maar telkens toch ook weer hoop dat de deur naar een geslaagde comeback op een kier stond, werd er met een vergrootglas bekeken en besproken.
Af en toe dreigden de commentaren op bepaalde berichten te ontaarden in een verbale woordenstrijd tussen die kern van hardnekkige die hard fans die VDB tot op zijn laatste dag had, en zij die weliswaar nog steeds de nodige sympathie voor de gevallen held koesterden maar zijn levensloop met de nodige kritische zin bekeken.
De fansites bezoeken was voor velen een dagelijkse gewoonte geworden. Want wat zou Frank gisteren weer allemaal beleefd hebben! We kwamen het in het lang en het breed te weten, en overal waar Frank gespot werd was er blijkbaar wel altijd een fan in de buurt, te oordelen aan de talloze verslagen van de faits divers uit zijn leven.
En dat is nu dus allemaal, voorgoed, weggevallen.
Moet je ook even slikken?
Wil het ook maar niet doordringen?
Nooit nog zullen de fans nagelbijtend moeten uitkijken of Frank wel aan de start van de volgende aangekondigde koers zal staan. Let’s face it, hij had niet bepaald een goede reputatie op dat vlak en kon soms wekenlang van het toneel verdwijnen zonder een verklaring te geven die steek hield. Het is trouwens misschien beter dat we nooit zullen weten wat hij toen allemaal uitspookte.
Werden die afwezigheden hem kwalijk genomen? Heel even misschien, maar dan toonde Frank toch opnieuw karakter, trainde hij enkele dagen en zagen we hem weer in een kermiskoers verschijnen. En kreeg hij meer aandacht dan de winnaar, ook al stapte hij na enkele ronden af. Maar ook dat vergaven de fans hem, want hij zat in volle opbouw. Zoals hij dat de voorbije tien jaar eigenlijk voortdurend was, tussen de comebacks door zwevend van depressie naar weer een periode van enthousiasme.
Frank had charisma, klinkt het dan. Een bijna niet te verklaren woord, want wat is charisma precies? ‘Uitstraling’, dat klinkt net iets te plat. Laat het ons hier op houden: charisma is VDB, en VDB is charisma.
Hierbij kunnen we de tegenwoordige tijd blijven gebruiken, want ook na zijn overlijden begeestert hij nog altijd de gewone man (en vrouw) in de straat.
Maar ook al diegenen die graag met VDB de draak staken zullen nu wellicht het drama achter de renner zien. Want Frank, zo simpel is het, was uniek. Is uniek. Voor altijd.
VDB was VDB, drie eenvoudige letters die een hele wereld konden oproepen. Ze stonden nog steeds onuitwisbaar gekalkt op heel wat West-Europese wegen en sierden menig vlag waarmee de supporters jarenlang op het trottoir stonden te wapperen in de hoop zo ook even in beeld te komen.
Was de titel van zijn biografie niet ‘Ik ben God NIET’, als wilde hij voor eens en altijd ontkennen dat hij God wel was zoals sommigen op een bepaald moment blijkbaar begonnen te geloven?
Op bepaalde momenten in zijn carrière, die helaas veel te schaarse ogenblikken dat hij van op zijn wolk autoritair heerste over het peloton en de hele wereld aan zijn voeten leek te liggen, zou je als oppervlakkige observant inderdaad kunnen gedacht hebben dat Frank Vandenbroucke zich had onttrokken aan het dagelijkse leven en was uitgegroeid tot een icoon larger than life. En hingen de fans aan zijn lippen, als verwachtten ze van hem hemelse wijsheden te horen.
Maar helaas, ook VDB moet naar de plee. En wellicht ligt net daar het begin van het einde. Want het leven bestaat nu eenmaal niet alleen uit die zalige opflakkeringen van ultiem, orgastisch geluk wanneer je als winnaar over de eindmeet rijdt.
Ook een topsporter verslaafd aan het applaus van zijn supporters heeft al eens hoofdpijn, moet een luier van zijn kind verversen of zijn teennagels knippen. En de pot choco is verdomme leeg, en de winkel gesloten.
Met andere woorden, hij ontsnapt niet aan het triviale, het banale waaraan wij gewone mensen intussen gewend geraakt zijn.
Voor de held die gewend is aan het de verering van zijn fans niet altijd een gemakkelijk proces, zeker niet wanneer het je ultieme ambitie is te schitteren en te behagen. Kijk eens hoe snel ik fiets, hoe mooi ik op mijn zadel zit; en heb je overigens mijn nieuwste kapsel al gezien!
Graag besteed ik in dit boek ook de nodige aandacht aan wat u, lezer, fan of gewoon kritisch wielerliefhebber/wielerhater over Frank Vandenbroucke denkt en dacht en wat uw meest frappante herinneringen aan VDB zijn. Want VDB kon niet zonder zijn fans, en omgekeerd…
Kurt Lootens
“Ik herinner mij het jaar dat je bij ons kwam in de ploeg als junior bij de Groeningespurters. Ik vond het de grootste eer om je te dienen toen je kopman was. Kampioen van Belgie was dan ook de mooiste ervaring die ik van mijn leven nooit zal vergeten. Als zo een grote man, blijf ik me je herinneren…”
Nico
“Ik volg Frank al vanaf zijn 17de en zeker vanaf zijn eerste profjaar.
Ik herinner me nog goed een koers rond het Kortrijkse. Hij kwam laat aan en zette zich het eerste wedstrijduur helemaal achteraan. Hij haalde een zak boterhammekes boven en at ze op zijn gemak op, wat dollend met de anderen. Na een uur koers moest hij aan iedereen vragen: ‘Hoeveel man is er weg? Hoeveel ronden zijn het nog?’ Halfweg was hij weg met drie man. Op twee ronden van het eind was hij alleen weg … peloton in stukken en brokken … Frank kwam alleen aan.”
Emmanuel
“In 1989 was ik aan de inschrijvingstafel waar Frank zich inschreef voor de nieuwelingenkoers in Brakel. Toen ik hem vroeg waarom hij zover kwam afgezakt om te koersen (hij was geboren in Moeskroen) was zijn antwoord: ‘Ik kom niet om te koersen maar om te winnen !’ En ja … enkele uurtjes later won Frank zijn eerste koers bij de nieuwelingen. Vanaf toen wist ik dat Frank een uitgesproken winnaarsmentaliteit had.”
Johan Bruyneel
Oud-renner en ploegleider
“De eerste keer dat ik Frank Vandenbroucke zag, was in 1989. We gingen met de nationale ploeg trainen op het parcours van het WK in Chambéry. Zijn vader Jean-Jacques was mecanicien van de wielerbond, en Frank was meegereisd. Hij was dertien jaar; hij koerste nog niet eens. Wij reden het klimmetje in het parcours omhoog, en Claude Criquielion en Dirk De Wolf begonnen tegen mekaar te koersen. Toen we boven kwamen, had niemand nog veel goesting om iets te zeggen. Maar wie hing er nog in het wiel? Juist: de kleine Frank! Dertien jaar, hè!”(quote op het forum van www.frankvdbroucke.be, oorspronkelijk verschenen in HUMO). Notitie: Frank was toen veertien, bijna vijftien. De geschiedenis heeft haar rechten…
Ook al kon je van VDB alles verwachten en dus ook het allerergste, toch viel het nieuws van zijn dood gisteren maar koud op het dak. Voor of tegen, Frank Vandenbroucke - heel even de beste renner van de wereld - kende geen compromissen. Nu het godenkind voorgoed van zijn sokkel gevallen is, begint de hagiografie en zal iedereen nostalgisch terugdenken aan die talrijke hoogtepunten uit zijn carrière. En krijgen we meteen ook een overzicht van de misschien wel even talrijke downs.
Eens het stof is weggevaagd en ons troebel zicht weer helder wordt blijft de mythe en begint de legende. Ik zie vooral het beeld van de jonge gretige VDB voor mijn ogen, heftig de Mont Farron bestormend. Toen werd het jonge talent Il Bambino d’oro, het gouden kind dat de wereld aan zijn voeten had.
Van de doden niets dan goeds, zegt men al ben ik het daar niet helemaal mee eens. Graag deze korte beschouwing over de vannacht veel te vroeg overleden Dré Steemans alias Felice, een tegen wel en dank tot mediafenomeen uitgegroeide complexe persoonlijkheid die me in ieder geval niet onverschillig heeft gelaten.
In mijn vorig leven als journalist over het onderwerp televisie zat ik ooit oog in oog met Dré/Felice in een kleedkamer voor een interview over ik weet allang niet meer welk programma, en toen maakte hij op me een onzekere indruk. Hij was ook nog verkouden en had duidelijk geen zin in dat interview. Dat kon ik begrijpen, want ook voor mij was het een verplicht nummertje. Wereldschokkende dingen werden er niet gedeeld, en ik heb wellicht toch een paar pagina’s weten te vullen zoals ik dat toen wel vaker deed.
Ik hoop dat mensen niet het beeld overhouden van het huppelkonijn uit De Droomfabriek, want dat was maar een typetje van Dré Steemans. Net zoals die Italiaanse werkmanszoon Felice, die overigens met de jaren steeds meer Felice en meer Dré werd, of die irritante gehaktbal die als side kick die andere gehaktbal Hedwig Van Hove gflauwe seksueel getinte woordspelingen spuide. Het is hem vergeven, er moesten rekeningen betaald worden en champagne kost nu eenmaal geld.
Maar wat ik eigenlijk écht wil zeggen: ik heb één keer Dré Steemans in zijn echte gedaante gezien, en dat was in de vermaarde club Hotsy Totsy in Gent, bekend van Hugo Claus en zijn broer en natuurlijk Motje. Dré zong daar een typisch fifties liedje, Three little chickens en ook al was het een knipoog, die vent kon eigenlijk wel zingen. begeleid door The Chevy’s werd het een memorabele avond, voldoende om een massa krediet te verdienen waardoor ik hem al de rest vergeef.
Slaap zacht daar in de wolken, Dré.
Felice.
Waarom dansen mensen? Deze vraag stellen is voor vele dansliefhebbers even bespottelijk als informeren waarom we ademen, eten of drinken. Op het gevaar af me belachelijk te maken waagde ik het toch.
Stefaan Van Laere
Dans is van alle tijden. Van zodra er ritme was, werd er ook gedanst. Oervolkeren deden het bij wijze van ritueel om zich voor te bereiden op de jacht of een gevecht met andere stammen, maar evengoed om ziektes letterlijk uit het lijf te dansen of om regen af te smeken.
Intussen betekent dansen voor wel iedereen die er zich aan waagt iets anders. Een kleine rondvraag bij liefhebbers brengt meteen een brede waaier aan motivaties en emoties boven. Dansen doen we om de meest uiteenlopende redenen: omdat het ons innerlijk en uiterlijk in beweging brengt, omdat het troost biedt, of gewoon omdat we moeten…
Loslaten
Sandra (24) ontdekte tijdens een workshop dans en beweging op het Antwerpse Zuid dat het dansen haar hielp een relatiebreuk te verwerken. “Mijn vriend en ik zaten op een andere golflengte, de oceaan tussen ons werd te diep. Ik verwijt hem niets, de magie tussen ons was gewoon weg. Ik liep enkele dagen depressief rond, tot een goede vriendin me voor deze workshop inschreef. Aanvankelijk tegen mijn zin, maar de lesgeefster deed me nadenken over de helende kracht van de dans. Ik leerde er loslaten, en opnieuw genieten. Ik kreeg er ook de smaak te pakken, en volgde intussen al lessenreeksen salsa, volksdans en tempeldans. Heel uiteenlopende dansen, maar daar voel ik me net goed bij. Het gekke is dat ik onlangs ook mijn ex-vriend, die nochtans helemaal geen danser was, op de dansvloer gezien heb. Hij heeft dus blijkbaar intussen ook de microbe te pakken.”
Alle remmen los
Geertje (19) heeft haar eerste jaar studies geneeskunde achter de rug en slaagde met onderscheiding. “Ik had het tijdens de vakantie nodig om alle remmen los te laten. Je kon me bijna elke dag tijdens het Gentse Feesten in het Baudelopark vinden om lekker uit de bol te gaan op het Boombal, en ook De Dijk Danst in Middelkerke was voor mij een hoogtepunt. Ik weet niet eens of je wat ik doe eigenlijk dansen mag noemen, het is eerder alle zorgen vergeten, me laten leiden door het ritme van de muziek en alles om me heen vergeten. Ik plan in ieder geval om tijdens het schooljaar geregeld te blijven dansen, want het geeft me energie en het vormt het ideale tegenwicht voor de droge cursussen. Misschien word ik later wel de eerste dansende hersenchirurg (lacht).”
Afdalen in jezelf
Annick (36) doet aan buikdansen, niet om anderen te behagen maar omdat het haar helpt innerlijke rust te bereiken. “De meeste mensen denken dat ik heb leren buikdansen om mijn man te plezieren. Dat was in het begin misschien zo, maar intussen ben ik eraan verslaafd. Ik vind mezelf eerder dik en zeker geen fotomodel. Het was een grote overwinning om aan buikdansen te beginnen, en ik heb in het begin veel moeite gehad om die drempel te overwinnen. Nu zou ik die wekelijkse les niet meer kunnen missen. We zijn samen met gelijkgestemde zielen, en al buikdansen daal ik steeds dieper af in mijzelf. Een dans die letterlijk vanuit de buik vertrekt kan niet anders dan gevoelsmatig zijn. Ik leer er mijzelf steeds beter door kennen en vooral mijzelf aanvaarden.”
Leven in stijl
Albert (57) houdt vooral van stijldansen en schuift met zijn echtgenote Audrey (55) de salons af. “Al wordt het wel steeds moeilijker om nog ergens met een echt orkest te kunnen walsen. Ballroomdansen zit de laatste tijd steeds meer in het verdomhoekje. Vroeger werd naar ons opgekeken omdat we ons mooi kleedden en naar het weekend toeleefden, nu reageren mensen eerder meewarig. Voor mij is het wedstrijdelement niet zo belangrijk, maar het is wel een motivatie om telkens weer je best te doen. Mijn vrouw is Britse, en daar is het wel nog de gewoonte dat mensen aan wedstrijden deelnemen. Die moderne dansen zijn niet aan mij besteed, maar ik ga er zeker niets negatief van zeggen. Iedereen danst zoals hij wil, en voor mij is het vooral een weerspiegeling van een levenswijze. Ook in mijn vrije tijd loop ik graag goed gekleed rond, dus waarom niet op de dansvloer?”
Samen dansen
Peter (41) noemt zich een gepassioneerd gelegenheidsdanser. “Ik volgde wel al eens enkele cursussen, van alles wat eigenlijk van Afrikaanse dans tot tango, lindy hop en capoeira maar toch dans ik vooral spontaan omdat ik het niet kan laten. Trouwfeesten, muziekoptredens van wereld- en folkgroepen maar even goed een rockbandje of zelfs een klassiek orkest, het maakt niet uit. Ik vraag me niet af of ik technisch goed dans, het is gewoon een kwestie van doen. Dans is voor mij het ultieme communicatiemiddel, iets wat je bij voorkeur met anderen samen deelt. Het kan helpen verdriet te verwerken, het is de ideale uitlaatklep na een week hard werken en natuurlijk ook fantastisch om je eens lekker uit te leven. Kortom, ik dans, ik ben.”