En dan niets meer, de zevende thriller in de reeks rond de Gentse commissaris George Bracke, is een succes. De derde druk van dit boek (een uitgave van Bola Editions) is intussen bijna uitverkocht, en de bestelllingen van boekhandels, bibliotheken en particulieren blijven binnenkomen.
Auteur Stefaan Van Laere kreeg hierdoor de nodige inspiratie en werkt momenteel al aan het vervolg. Nummer 8 uit de reeks krijgt als werktitel Boemerang mee en de schrijver gunt u graag een blik over zijn schouder in de vorm van de proloog van het boek.
Proloog
Nu zou het dus eindelijk beginnen. Het moést gebeuren, zo simpel was het. Het kon nu eenmaal niet anders. De tijd van vergelding was aangebroken.
Nu vooral geen medelijden hebben.
Ga ervoor.
Hij heeft het verdiend.
Ja toch?
Nee, niet twijfelen. Dat had hij tenslotte ook niet gedaan.
Kijk maar eens goed naar zijn foto. Naar die pokkenkop. Laad jezelf op.
Nu geen softie worden!
Carl Vingerhoets nam uitgebreid de tijd de foto in zich op te nemen. Niet dat het nog nodig was, want hij kon zich het gezicht ook met de ogen dicht voor de geest halen.
Toen hij de foto in kleine stukjes verscheurde, trilden zijn handen.
Hij had iets nodig om tot rust te komen. Hij vulde een limona-deglas voor de helft met Glenfiddich en dronk het in drie teugen leeg.
De drank gleed langs zijn slokdarm en verwarmde zijn maag. Dat deed goed. Hij voelde zich weer kalm worden.
De zon scheen, voor het eerst sinds lang. Het eerste nog fletse lentezonnetje van het jaar, maar het was een veelbelovende bron van warmte en van kracht.
Carl zat in de tuin, onder het afdak. Hij klapte zijn laptop open, een nieuwe van HP. Zijn vingers streelden soepel de toetsen. Met een vanzelfsprekendheid die routine verried ging de cursor naar de map die hij de laatste tijd zo vaak geopend had. Hij vond snel het gezochte bestand.
Alles stond erin, van A tot Z. Het plan kon gewoon niet mislukken. Hij had het hele scenario al talloze malen zien afspelen, huilend in zijn bed. Hier en daar weer nieuwe wendingen toegevoegd, verfijnd, rekeninghoudend met alle mogelijke en onmogelijke toevalligheden.
Maanden had hij erover gedaan, wat zeg ik, jaren. Het plan had meer dan eens maanden lang in de kast gelegen, verankerd in zijn hoofd. Altijd weer was er wel weer iets opgedoken dat hem had doen twijfelen aan de uitvoerbaarheid ervan. Maar nu, na eindeloos schaven, na keer op keer alles opnieuw van begin tot einde herkauwen, was hij eindelijk tevreden.
Nu zou het dus eindelijk beginnen.
Zet aan tot lezen! En ik krijg plots een onverklaarbare zin in Glenfiddich…
Tiens, ik plots ook…